Samen zijn we jarig

Ze was buiten aan het spelen, toen ze haar vader aan zag komen lopen. Vreemd, dat gebeurde nooit. Meteen voelde ze aan dat hij niet zomaar naar haar toe kwam. Zijn ernstige blik vertelde dat ook. Ze begreep er niets van. Pas toen hij zei “Ik moet helaas weer naar het ziekenhuis” wist ze waarom hij het haar persoonlijk kwam vertellen. Want het zou betekenen dat hij op haar verjaardag in het ziekenhuis zou liggen.

Vandaag wordt dit meisje 39 jaar. Ze wordt toegezongen door haar geliefde en haar kinderen. Ze bakt taart en voelt zich jarig. Ze geniet en is dankbaar. Gisteren echter, was ze boos en opstandig. Samen met dat meisje van toen. Vandaag begrijpt ze het en realiseert ze zich: dit doet ze elk jaar. Elk jaar roept ze haar. Elk jaar als ze jarig is. Als ze jarig zijn. Ze heeft het dan nodig haar stem te laten horen. En flink ook.

Niets is goed. De dag voordat ik jarig ben. Ik heb dan het gevoel dat ik vergeten word. Gisteren ook weer. Ik mopper op de boodschappen die ik moet doen, op het eten dat ik weer sta te koken en op de wasmand die overstroomt. Ik voel me een slaafje, een werkster en een nutteloos wezen. Ik ben alleen goed voor de rotklusjes. Als ik het restaurant bel waar we morgen willen gaan eten, hoor ik dat er geen plek meer is. Ik hang gefrustreerd op. Waarom heeft niemand eraan gedacht eerder te reserveren? Waarom moet ik áltijd álles doen? Ik pruttel zo de hele avond door. Stampvoetend als een klein kind. Het duurt voort tot ik in slaap val.

Vanochtend word ik wakker met een katerig gevoel. Ik ben nog steeds niet van mijn ontevreden gevoel af. Toch is er ruimte gekomen voor de woorden. Ik praat over wat er met me gebeurde gisteren. Over wat ik voelde. En samen met de woorden voel ik de hardheid verzachten. Ik spreek de woorden van dat meisje. Het meisje dat het zo nodig heeft haar ongenoegen te uiten. Juist vandaag.

Het is haar dag. De enige dag van het jaar die ze voor zichzelf opeist. De dag waarop ze wil dat alles om haar draait. Ze wil niet dat papa in het ziekenhuis ligt. Ze is boos. Ze wil dat iedereen alles uit zijn handen laat vallen en alleen maar aandacht heeft voor haar. Voor wat zij nodig heeft, voor wat zij wil en misschien wel vooral voor wat ze níet wil. Ze wil niet poetsen, koken en opruimen. Ze wil op haar wenken bediend worden. Als een prinses. Omdat ze na vandaag weer het onzichtbare meisje zal zijn…

Ik neem haar bij me. Ik zeg haar dat ik het zo begrijp. Haar gemis en haar teleurstelling. Haar harde roepen. Het mag. Roep maar even flink. Ik heb je gehoord en gevoeld. Ik neem je mee deze dag in. We gaan vieren en genieten. We gaan alle liefde voelen. Want sámen zijn we jarig.

book-2929646_1920