“Ik heb mezelf iets aangedaan…”

Hij belt me. Ik hoor spanning in zijn stem. Hij vertelt dat het de laatste tijd steeds slechter met hem ging. Dat er enorm veel ellende op zijn pad kwam en dat hij afgleed in een put waarvan hij de diepte niet kende. Langzaam begin ik te voelen wat deze man me gaat vertellen. Hij zucht diep als hij het uiteindelijk over zijn lippen krijgt: “Ik heb mezelf iets aangedaan…” De bittere, pijnlijke woorden lijken een moment te blijven zweven in de leegte tussen hem en mij. Alsof ze daar nog even geen werkelijkheid zijn. We zijn stil. “Maar je bent er nog,” zeg ik zacht.

“Ja. Ik ben er nog. Ik ben gevonden. Ik krijg hulp. Maar ik heb een zoon van 12 jaar en wil graag weten of en hoe ik hem moet vertellen wat er is gebeurd.” Hij vertelt dat hij al meerdere hulpverleners om advies heeft gevraagd. Maar niemand lijkt zich aan deze ingewikkelde kwestie te willen (of kunnen) wagen. Via internet heeft hij mij gevonden. Of ik hem kan helpen. “Ja”, zeg ik meteen. “Je bent van harte welkom.”

De dag dat we elkaar zullen spreken, voel ik een kriebel in mijn buik. Al heel wat keren heb ik nabestaanden, professionals en andere betrokkenen gesproken en geadviseerd rondom het thema zelfdoding. Ik word regelmatig geconsulteerd. Iedere keer voel ik hoe waardevol het is dat ik kan putten uit mijn professionele én mijn persoonlijke ervaringen. Ik voel me verbonden met het thema, met de nabestaanden, met iedereen die met zelfdoding geconfronteerd wordt. Mijn hart leidt me. Mijn ervaring helpt me. Maar vandaag voel ik nog meer.

De kriebel in mijn buik vertelt me hoe kwetsbaar dit is. Voor hem. Maar ook voor mij. Ik ga in zijn ogen kijken. Ogen die niet zo lang geleden niets meer zagen. Geen licht, geen hoop, geen vertrouwen. Wat gaat dat met me doen? Het is een vreemd soort spanning. Onzeker voel ik me niet. Juist niet. Ik ben dankbaar dat hij me heeft gevonden. Enorm dankbaar zelfs! Want ik ken de opgave waarvoor hij staat. Min of meer. Je kind vertellen dat mensen op een punt kunnen belanden, waar ze het leven niet meer kunnen (ver)dragen. Je kind vertellen dat iemand die je liefhebt, daar was. Op die kruising van leven en dood. Hij kan het navertellen. Gelukkig. Maar ga er maar aan staan: deze naakte waarheid bespreken met je kind.

Heel soms is hij weer even daar. Als we praten over die dag. Hij kan zich nu gelukkig niet meer voorstellen dat hij deed wat hij deed. Het lijkt een akelige droom uit een ver verleden. Maar zijn lijf herinnert hem aan de paniek en wanhoop van dat moment. Het raakt me. Ik zie dat hij zijn daad bijna letterlijk van zich af zou willen schudden. Als een beangstigend beest dat hem achtervolgt. Maar het grootste deel van ons gesprek is hij hier. Praat hij vol liefde, vertrouwen en vastberadenheid over hem, zijn zoon. Hij wil hem meegeven dat hij mag zijn wie hij is. Dat hij alles mag voelen en bespreken in het leven. Dat dat leven soms klote is en dat je dan hulp mag vragen. En híj wil hem vertellen wat er is gebeurd. Omdat hij het van niemand anders dan van hem moet horen. Ik beaam dit en maak inwendig een diepe buiging voor deze man.

Ik beantwoord al zijn vragen. Driftig schrijft hij mee. Ik heb bewondering voor de zorgvuldigheid waarmee hij zijn zoon wil informeren. Hij gaat het niet uit de weg. Hij weet dat zwijgen pijnlijker zou zijn dan spreken. Hoe ingewikkeld de boodschap ook is. Als ons gesprek voorbij is, realiseer ik me dat de kriebel in mijn buik vrijwel direct weg was, toen we begonnen te praten. Ik kon terugvallen op mezelf. Blijkbaar. Leunen op mijn ervaring, met mijn hart als kompas. Ik voel me vereerd en nederig tegelijk. Nederig omdat ik zijn ogen heb gezien en zijn kwetsbare verhaal heb gehoord. Het heeft me geraakt. Wat ben ik blij dat deze man nog leeft en dat hij weer vertrouwen heeft in het leven! Vereerd voel ik me. Dat ik vragen heb mogen beantwoorden, daar waar anderen het blijkbaar niet konden. Dat maakt mij niet beter dan die anderen. Ik begrijp het ongemak en de twijfel. Ik kom het regelmatig tegen in mijn praktijk. Het versterkt de missie die ik voel. Er is overduidelijk nog werk aan de winkel. Werk dat ik met liefde verzet. Want zelfdoding verdwijnt niet door het dood te zwijgen…